poeren
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpurə(n)Betekenis
- peuren, op aal vissen
- blokken, hard studeren
- zich overmatig zonder veel resultaat blijven inspannen
- drukken, porren, duwen
Hoe spreek je poeren uit?
/ˈpurən/
Poeren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| u | boek |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van poeren
poerenhele werkwoord — poerdeverleden tijd enkelvoud — poerdenverleden tijd meervoud — gepoerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | poer | poerde |
| jij | poert | poerde |
| hij, zij, het | poert | poerde |
| wij | poeren | poerden |
| jullie | poeren | poerden |
| zij | poeren | poerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepoerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepoerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepoerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepoerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepoerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepoerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepoerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepoerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepoerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepoerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepoerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepoerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepoerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepoerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepoerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepoerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepoerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| poer | gebiedende wijs |
| poerde | verleden tijd |
| poere | aanvoegende wijs |
| poerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te poeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen poeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal poeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal poeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal poeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou poeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou poeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou poeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden poeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden poeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden poeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt poeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen poeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen poeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen poeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen poeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult poeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord poer
Herkomst
verwant aan peuren ww , precieze herkomst niet duidelijk
Woordfamilie van poeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepoerd | voltooid deelwoord | poeren |
| gepoerde | woordvorm | poeren |
| poerde | verleden tijd | poeren |
| poerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | poeren |
| poere | aanvoegende wijs | poeren |
| poerend | onvoltooid deelwoord | poeren |
| poerende | woordvorm | poeren |
| poert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | poeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poeren zijn vastgelegd.