bewindvoerder
zelfstandig naamwoord bəˈwɪntfurdərBetekenis
- iemand die deelneemt aan de regering
- iemand die de tijdelijk aan het hoofd van een bedrijf staat na het faillissement
Hoe spreek je bewindvoerder uit?
/bəˈwɪntfurdər/
Bewindvoerder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| f | fiets |
| u | boek |
| r | rood |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die als minister deelneemt aan de regering
- iemand die door de rechter tijdelijk aan het hoofd van een bedrijf wordt gesteld bij uitspreken van surseance van betaling
- iemand die door de rechter, of door de erflater in een testament, is aangewezen om uitvoering te geven aan een ingesteld bewind over de goederen van een persoon met als taak de financiën en goederen van die persoon te beheren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bewindvoerders | meervoud |
| bewindvoerdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bewindvoerdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van bewind en de stam van voeren met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van bewindvoerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bewindvoerders | meervoud | bewindvoerder |
| bewindvoerdertje | verkleinwoord | bewindvoerder |
| bewindvoerdertjes | verkleinwoord meervoud | bewindvoerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewindvoerder zijn vastgelegd.