Naar de inhoud

ontvoeren

wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen

ontvoeren

werkwoord ɔntˈfurə(n)

Betekenis

  1. wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen

Hoe spreek je ontvoeren uit?

/ɔntˈfurən/

Ontvoeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈfurən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
f fiets
u boek
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontvoeren

ontvoerenhele werkwoord — ontvoerdeverleden tijd enkelvoud — ontvoerdenverleden tijd meervoud — ontvoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontvoer ontvoerde
jij ontvoert ontvoerde
hij, zij, het ontvoert ontvoerde
wij ontvoeren ontvoerden
jullie ontvoeren ontvoerden
zij ontvoeren ontvoerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontvoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontvoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontvoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontvoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontvoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontvoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontvoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontvoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvoer gebiedende wijs
ontvoerd verleden tijd, deelwoord
ontvoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvoerde verleden tijd
ontvoere aanvoegende wijs
ontvoerend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontvoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontvoeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van ontvaren

Vervoeging van ontvoeren

ontvoerenhele werkwoord — ontvoerdeverleden tijd enkelvoud — ontvoerdenverleden tijd meervoud — ontvoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontvoer ontvoerde
jij ontvoert ontvoerde
hij, zij, het ontvoert ontvoerde
wij ontvoeren ontvoerden
jullie ontvoeren ontvoerden
zij ontvoeren ontvoerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontvoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontvoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontvoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontvoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontvoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontvoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontvoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontvoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvoer gebiedende wijs
ontvoerd verleden tijd, deelwoord
ontvoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvoerde verleden tijd
ontvoere aanvoegende wijs
ontvoerend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontvoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontvoeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontvoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontvoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontvoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontvoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontvoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontvoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontvoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontvoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontvoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontvoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontvoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van voeren met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontvoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontvoerd voltooid deelwoord ontvoeren
ontvoerde verleden tijd ontvoeren
ontvoerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontvoeren
ontvoere aanvoegende wijs ontvoeren
ontvoerend onvoltooid deelwoord ontvoeren
ontvoerende woordvorm ontvoeren
ontvoert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontvoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvoeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ontvoeren

Hoe spreek ik ontvoeren uit?
Zo spreek je ontvoeren uit: /ɔntˈfurə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontvoeren?
Ontvoeren is een werkwoord. De betekenis is: wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen.
Hoe vervoeg ik ontvoeren?
Zo vervoeg je ontvoeren zo: de tegenwoordige tijd is ontvoer, de verleden tijd is ontvoerde en het voltooid deelwoord is ontvoerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontvoeren?

In dit woordenboek rijmen 22 woorden op -oeren op ontvoeren, zoals voeren, verroeren en boeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontvoeren, uitspraak ɔntˈfurən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeren 2
verroeren 3
boeren 2
snoeren 2
koekeloeren 4
koeren 2
loeren 2
poeren 2
autoboeren 4
badkamervloeren 5
campagnevoeren 5
chocoladehoeren 6
deeltijdboeren 4
lorrenboeren 4
moffenhoeren 4
mosselhoeren 4
noppeshoeren 4
sloeren 2
vloeren 2
wedervoeren 4
witlofboeren 4
witloofboeren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontvoeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontvoeren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontvoeren in het kort

ontvoeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontvoeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontvoeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontvoeren: wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen
Deel ontvoeren — standaardnederlands.nl