Naar de inhoud

koekeloeren

aandachtig kijken of bespieden

koekeloeren

werkwoord ˌkukəˈlurə(n)

Betekenis

  1. aandachtig kijken of bespieden
  2. gluren

Hoe spreek je koekeloeren uit?

/ˌkukəˈlurən/

Koekeloeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌkukəˈlurən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
u boek
ə de
l land
r rood
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van koekeloeren

koekeloerenhele werkwoord — koekeloerdeverleden tijd enkelvoud — koekeloerdenverleden tijd meervoud — gekoekeloerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koekeloer koekeloerde
jij koekeloert koekeloerde
hij, zij, het koekeloert koekeloerde
wij koekeloeren koekeloerden
jullie koekeloeren koekeloerden
zij koekeloeren koekeloerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekoekeloerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekoekeloerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekoekeloerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekoekeloerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekoekeloerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekoekeloerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekoekeloerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekoekeloerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekoekeloerd verleden tijd, deelwoord
gekoekeloerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekoekeloerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekoekeloerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekoekeloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekoekeloerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekoekeloerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekoekeloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekoekeloerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekoekeloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekoekeloerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoekeloerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekoekeloerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoekeloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekoekeloerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekoekeloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoekeloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoekeloerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koekeloer gebiedende wijs
koekeloerde verleden tijd
koekeloere aanvoegende wijs
koekeloerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekoekeloerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te koekeloeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen koekeloeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekoekeloerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekoekeloerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekoekeloerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekoekeloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekoekeloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekoekeloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekoekeloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekoekeloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekoekeloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekoekeloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekoekeloerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekoekeloerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekoekeloerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen koekeloeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekoekeloerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult koekeloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zonder bezigheid uitkijken’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Woordfamilie van koekeloeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekoekeloerd voltooid deelwoord koekeloeren
koekeloer gebiedende wijs koekeloeren
koekeloerde verleden tijd koekeloeren
koekeloerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon koekeloeren
koekeloere aanvoegende wijs koekeloeren
koekeloerend onvoltooid deelwoord koekeloeren
koekeloerende woordvorm koekeloeren
koekeloert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon koekeloeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koekeloeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over koekeloeren

Hoe spreek je koekeloeren uit?
De uitspraak van koekeloeren is: /ˌkukəˈlurə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent koekeloeren?
Koekeloeren is een werkwoord. Het woord betekent: aandachtig kijken of bespieden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je koekeloeren?
Je vervoegt koekeloeren als volgt: de tegenwoordige tijd is koekeloer, de verleden tijd is koekeloerde en het voltooid deelwoord is gekoekeloerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op koekeloeren?

Koekeloeren rijmt op 22 woorden op -oeren; voeren, ontvoeren en verroeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op koekeloeren, uitspraak ˌkukəˈlurən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeren 2
ontvoeren 3
verroeren 3
boeren 2
snoeren 2
koeren 2
loeren 2
poeren 2
autoboeren 4
badkamervloeren 5
campagnevoeren 5
chocoladehoeren 6
deeltijdboeren 4
lorrenboeren 4
moffenhoeren 4
mosselhoeren 4
noppeshoeren 4
sloeren 2
vloeren 2
wedervoeren 4
witlofboeren 4
witloofboeren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord koekeloeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. O 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

koekeloeren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. O 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

koekeloeren in het kort

koekeloeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van koekeloeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort koekeloeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

koekeloeren: aandachtig kijken of bespieden
Deel koekeloeren — standaardnederlands.nl