Naar de inhoud

verroeren

zich ~: in beweging komen

verroeren

werkwoord vəˈrurə(n)

Betekenis

  1. zich ~: in beweging komen

Hoe spreek je verroeren uit?

/vəˈrurən/

Verroeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vəˈrurən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
u boek
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verroeren

verroerenhele werkwoord — verroerdeverleden tijd enkelvoud — verroerdenverleden tijd meervoud — verroerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verroer verroerde
jij verroert verroerde
hij, zij, het verroert verroerde
wij verroeren verroerden
jullie verroeren verroerden
zij verroeren verroerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verroerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verroerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verroerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verroerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verroerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verroerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verroeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verroeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verroer gebiedende wijs
verroer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verroer u/je , verroert je gebiedende wijs
verroerd verleden tijd, deelwoord
verroerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verroerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verroerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verroerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verroerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verroerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verroerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verroerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verroerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verroerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verroerde verleden tijd
verroerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verroerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verroerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verroerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verroerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verroerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verroerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verroerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verroerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verroerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verroere aanvoegende wijs
verroere zich aanvoegende wijs
verroeren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verroeren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verroeren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verroerend onvoltooid, deelwoord
verroert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verroert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verroert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verroert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verroert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verroert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verroeren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verroerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verroerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verroerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verroeren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verroeren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verroerd hebben verleden tijd
zich verroerend onvoltooid, deelwoord
zijn verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verroeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verroeren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van roeren met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verroeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verroer gebiedende wijs verroeren
verroerd voltooid deelwoord verroeren
verroerde verleden tijd verroeren
verroerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verroeren
verroere aanvoegende wijs verroeren
verroerend onvoltooid deelwoord verroeren
verroerende woordvorm verroeren
verroert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verroeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verroeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verroeren

Hoe spreek je verroeren uit?
De uitspraak van verroeren is: /vəˈrurə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verroeren?
Verroeren is een werkwoord. Het woord betekent: zich ~: in beweging komen.
Hoe vervoeg je verroeren?
Je vervoegt verroeren als volgt: de tegenwoordige tijd is verroer, de verleden tijd is verroerde en het voltooid deelwoord is verroerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verroeren?

In dit woordenboek rijmen 22 woorden op -oeren op verroeren, zoals voeren, ontvoeren en boeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verroeren, uitspraak vəˈrurən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeren 2
ontvoeren 3
boeren 2
snoeren 2
koekeloeren 4
koeren 2
loeren 2
poeren 2
autoboeren 4
badkamervloeren 5
campagnevoeren 5
chocoladehoeren 6
deeltijdboeren 4
lorrenboeren 4
moffenhoeren 4
mosselhoeren 4
noppeshoeren 4
sloeren 2
vloeren 2
wedervoeren 4
witlofboeren 4
witloofboeren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verroeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verroeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verroeren in het kort

verroeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verroeren zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verroeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verroeren: zich ~: in beweging komen
Deel verroeren — standaardnederlands.nl