verbinding
zelfstandig naamwoord vərˈbɪndɪŋBetekenis
- iets verbinden of samenvoegen; iets dat twee of meer afzonderlijke delen verbindt
- een chemische stof die bestaat uit twee of meer scheikundig elementen, het gaat hierbij om een stof met andere eigenschappen dan de elementen waar het uit is samengesteld
- een mogelijkheid een bepaalde plek te bereiken
- aansluiting op een ander vervoermiddel of lijn
- 1 connectie
- 2 stof, product, composietmateriaal
- 3 connectie
- 4 aansluiting, lijn
Hoe spreek je verbinding uit?
/vərˈbɪndɪŋ/
Verbinding bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- overeenkomst
- onderling begrip en waardering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verbindingen | meervoud |
| verbindinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verbindinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van verbinden met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van verbinding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbindingen | meervoud | verbinding |
| verbindinkje | verkleinwoord | verbinding |
| verbindinkjes | verkleinwoord meervoud | verbinding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbinding zijn vastgelegd.