Naar de inhoud

toonzetten

componeren

toonzetten

werkwoord

Betekenis

  1. componeren

Vervoeging van toonzetten

toonzettenhele werkwoord — toonzetteverleden tijd enkelvoud — getoonzetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik toonzet toonzette
jij toonzet toonzette
hij, zij, het toonzet toonzette
wij toonzetten —
jullie toonzetten —
zij toonzetten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getoonzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getoonzet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getoonzet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getoonzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getoonzet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getoonzet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getoonzet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getoonzet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getoonzet verleden tijd, deelwoord
getoonzet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoonzet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getoonzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getoonzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getoonzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getoonzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getoonzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getoonzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getoonzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoonzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getoonzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te toonzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toonzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toonzet gebiedende wijs
toonzette verleden tijd
toonzette aanvoegende wijs
toonzettend onvoltooid, deelwoord
zal getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toonzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van toonzetten

Vervoeging van toonzetten

toonzettenhele werkwoord — toonzetteverleden tijd enkelvoud — getoonzetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik toonzet toonzette
jij toonzet toonzette
hij, zij, het toonzet toonzette
wij toonzetten —
jullie toonzetten —
zij toonzetten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getoonzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getoonzet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getoonzet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getoonzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getoonzet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getoonzet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getoonzet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getoonzet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getoonzet verleden tijd, deelwoord
getoonzet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoonzet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getoonzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getoonzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getoonzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getoonzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getoonzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getoonzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getoonzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoonzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoonzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getoonzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te toonzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toonzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toonzet gebiedende wijs
toonzette verleden tijd
toonzette aanvoegende wijs
toonzettend onvoltooid, deelwoord
zal getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getoonzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toonzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getoonzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toonzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toon en zetten

Woordfamilie van toonzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getoonzet voltooid deelwoord toonzetten
getoonzette woordvorm toonzetten
toonzet gebiedende wijs toonzetten
toonzette verleden tijd toonzetten
toonzettend onvoltooid deelwoord toonzetten
toonzettende woordvorm toonzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toonzetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over toonzetten

Wat is de betekenis van toonzetten?
Toonzetten is een werkwoord. De betekenis is: componeren.
Hoe vervoeg ik toonzetten?
Zo vervoeg je toonzetten zo: de tegenwoordige tijd is toonzet, de verleden tijd is toonzette en het voltooid deelwoord is getoonzet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toonzetten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. N 1
  5. Z 4
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toonzetten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. N 1
  5. Z 5
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toonzetten in het kort

toonzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toonzetten staan er 37 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toonzetten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toonzetten: componeren
Deel toonzetten — standaardnederlands.nl