smelten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van vaste in vloeibare vorm overgaan
- van vaste in vloeibare vorm doen overgaan
Vervoeging van smelten
smeltenhele werkwoord — smoltverleden tijd enkelvoud — smoltenverleden tijd meervoud — gesmoltenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smelt | smolt |
| jij | smelt | smolt |
| hij, zij, het | smelt | smolt |
| wij | smelten | smolten |
| jullie | smelten | smolten |
| zij | smelten | smolten |
Alle 61 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| er is gesmolten | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gesmolten | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gesmolten | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gesmolten | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gesmolten worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gesmolten zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gesmolten worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gesmolten zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesmolten | verleden tijd, deelwoord |
| gesmolten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesmolten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesmolten te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmolten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmolten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmolten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesmolten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesmolten zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesmolten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesmolten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gesmolten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gesmolten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smelt | gebiedende wijs |
| smelte | aanvoegende wijs |
| smeltend | onvoltooid, deelwoord |
| smolt | verleden tijd |
| te hebben/zijn gesmolten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te smelten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen smelten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gesmolten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesmolten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesmolten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gesmolten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gesmolten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesmolten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesmolten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesmolten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal smelten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal smelten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal smelten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesmolten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gesmolten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gesmolten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesmolten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou smelten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou smelten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou smelten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesmolten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesmolten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden smelten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden smelten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden smelten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt smelten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesmolten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesmolten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen smelten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen smelten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen smelten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen smelten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult smelten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord smelt
Herkomst
In de betekenis van ‘vloeibaar (doen) worden’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van smelten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesmolten | voltooid deelwoord | smelten |
| smelte | aanvoegende wijs | smelten |
| smolt | verleden tijd | smelten |
| smolten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | smelten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smelten zijn vastgelegd.