Naar de inhoud

condenseren

overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand

condenseren

werkwoord

Betekenis

  1. overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand
  2. doen overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand

Vervoeging van condenseren

condenserenhele werkwoord — condenseerdeverleden tijd enkelvoud — condenseerdenverleden tijd meervoud — gecondenseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik condenseer condenseerde
jij condenseert condenseerde
hij, zij, het condenseert condenseerde
wij condenseren condenseerden
jullie condenseren condenseerden
zij condenseren condenseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
condenseer gebiedende wijs
condenseerde verleden tijd
condensere aanvoegende wijs
condenserend onvoltooid, deelwoord
er is gecondenseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecondenseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecondenseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecondenseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecondenseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecondenseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecondenseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecondenseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecondenseerd verleden tijd, deelwoord
gecondenseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecondenseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecondenseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecondenseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecondenseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecondenseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecondenseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecondenseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecondenseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecondenseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecondenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecondenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecondenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecondenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecondenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecondenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecondenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecondenseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te condenseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecondenseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen condenseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecondenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecondenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecondenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecondenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecondenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecondenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecondenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecondenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal condenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal condenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal condenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecondenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecondenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecondenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecondenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecondenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecondenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou condenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou condenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou condenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecondenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecondenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecondenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecondenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecondenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecondenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden condenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden condenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden condenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecondenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecondenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecondenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecondenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecondenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecondenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt condenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecondenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecondenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen condenseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen condenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen condenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen condenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecondenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecondenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecondenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecondenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecondenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecondenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult condenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecondenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecondenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecondenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘indampen’ voor het eerst aangetroffen in 1624

Woordfamilie van condenseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
condenseer gebiedende wijs condenseren
condenseerde verleden tijd condenseren
condenseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon condenseren
condenseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon condenseren
condensere aanvoegende wijs condenseren
condenserend onvoltooid deelwoord condenseren
condenserende woordvorm condenseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van condenseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over condenseren

Wat is de betekenis van condenseren?
Condenseren is een werkwoord. De betekenis is: overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik condenseren?
Zo vervoeg je condenseren zo: de tegenwoordige tijd is condenseer, de verleden tijd is condenseerde en het voltooid deelwoord is gecondenseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord condenseren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

condenseren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

condenseren in het kort

condenseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van condenseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort condenseren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

condenseren: overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand
Deel condenseren — standaardnederlands.nl