condenseren
werkwoordBetekenis
- overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand
- doen overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand
Vervoeging van condenseren
condenserenhele werkwoord — condenseerdeverleden tijd enkelvoud — condenseerdenverleden tijd meervoud — gecondenseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | condenseer | condenseerde |
| jij | condenseert | condenseerde |
| hij, zij, het | condenseert | condenseerde |
| wij | condenseren | condenseerden |
| jullie | condenseren | condenseerden |
| zij | condenseren | condenseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| condenseer | gebiedende wijs |
| condenseerde | verleden tijd |
| condensere | aanvoegende wijs |
| condenserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecondenseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecondenseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecondenseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecondenseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecondenseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecondenseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecondenseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecondenseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecondenseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecondenseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecondenseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecondenseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecondenseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecondenseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecondenseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecondenseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecondenseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecondenseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecondenseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecondenseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te condenseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecondenseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen condenseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecondenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecondenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecondenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecondenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecondenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecondenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecondenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecondenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecondenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecondenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecondenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecondenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecondenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecondenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecondenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecondenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecondenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecondenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecondenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecondenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecondenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecondenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen condenseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecondenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecondenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecondenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecondenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecondenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecondenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult condenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecondenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecondenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecondenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘indampen’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van condenseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| condenseer | gebiedende wijs | condenseren |
| condenseerde | verleden tijd | condenseren |
| condenseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | condenseren |
| condenseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | condenseren |
| condensere | aanvoegende wijs | condenseren |
| condenserend | onvoltooid deelwoord | condenseren |
| condenserende | woordvorm | condenseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van condenseren zijn vastgelegd.