Naar de inhoud

koken

vloeistof verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen

koken

werkwoord ˈkokə(n)

Betekenis

  1. vloeistof verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen
  2. het proces waarbij bellen uit de hele vloeistof vrijkomen
  3. met behulp van ingrediënten een maaltijd klaarmaken

Hoe spreek je koken uit?

/ˈkokən/

Koken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkokən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
o boot
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een vloeistof (vooral water) net zolang verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen transitive

Vervoeging van koken

kokenhele werkwoord — kookteverleden tijd enkelvoud — kooktenverleden tijd meervoud — gekooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kook kookte
jij kookt kookte
hij, zij, het kookt kookte
wij koken kookten
jullie koken kookten
zij koken kookten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekookt verleden tijd, deelwoord
gekookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koke aanvoegende wijs
kokend onvoltooid, deelwoord
kook gebiedende wijs
kookte verleden tijd
te hebben gekookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te koken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen koken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal koken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal koken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal koken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou koken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou koken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou koken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden koken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden koken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden koken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt koken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen koken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen koken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen koken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen koken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult koken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verhitten, spijzen toebereiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Woordfamilie van koken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kookt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon koken
kookte verleden tijd koken
kookten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon koken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over koken

Hoe spreek ik koken uit?
Zo spreek je koken uit: /ˈkokə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van koken?
Koken is een werkwoord. De betekenis is: vloeistof verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik koken?
Zo vervoeg je koken zo: de tegenwoordige tijd is kook, de verleden tijd is kookte en het voltooid deelwoord is gekookt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op koken?

In dit woordenboek rijmen 16 woorden op -oken op koken, zoals roken, aangestoken en spoken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op koken, uitspraak ˈkokən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
roken 2
aangestoken 4
spoken 2
joken 2
ongebroken 4
bestoken 3
karaoken 4
aangebroken 4
aangesproken 4
beloken 3
doorgestoken 4
gebroken 3
geroken 3
knoken 2
sproken 2
uitgesproken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord koken is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

koken levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

koken telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

koken in het kort

koken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van koken staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort koken bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

koken: vloeistof verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen
Deel koken — standaardnederlands.nl