Naar de inhoud

roesten

het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen

roesten is meer dan één woord

roesten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrustə(n)

Betekenis

  1. het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
  2. door roest vast gaan zitten
  3. (kippen) op stok zitten
  4. het in groepen doorbrengen van de nacht van vliegend wild

Hoe spreek je roesten uit?

/ˈrustən/

Roesten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrustən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
u boek
s sok
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. op stok zitten

Vervoeging van roesten

roestenhele werkwoord — roestteverleden tijd enkelvoud — roesttenverleden tijd meervoud — geroestvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik roest roestte
jij roest roestte
hij, zij, het roest roestte
wij roesten roestten
jullie roesten roestten
zij roesten roestten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geroest verleden tijd, deelwoord
geroest te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroest zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geroest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geroest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geroest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geroest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geroest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geroest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geroest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geroest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geroest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geroest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geroest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
roest gebiedende wijs
roeste aanvoegende wijs
roestend onvoltooid, deelwoord
roestte verleden tijd
te hebben geroest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te roesten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen roesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geroest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geroest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal roesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal roesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal roesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geroest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou roesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou roesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou roesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geroest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden roesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden roesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden roesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geroest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt roesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geroest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geroest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geroest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen roesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen roesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen roesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen roesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geroest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult roesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

zelfstandig naamwoord

  1. een klasse Pucciniomycetes binnen het rijk van de schimmels (Fungi), behorend tot de stam van Basidiomycota. Roesten veroorzaken ziekten bij planten. De schimmels tasten het blad aan. Ze komen onder andere voor op granen, gras en prei. In Nederland komen ongeveer 200 roestschimmels voor. De levenscyclus bestaat uit vijf stadia, die op twee verschillende waardplanten doorlopen worden

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord roest

Herkomst

Afgeleid van roest.

Woordfamilie van roesten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geroest voltooid deelwoord roesten
roeste aanvoegende wijs roesten
roestend onvoltooid deelwoord roesten
roestende woordvorm roesten
roestte verleden tijd roesten
roestten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon roesten
geroeste woordvorm geroest

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roesten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over roesten

Hoe spreek ik roesten uit?
Zo spreek je roesten uit: /ˈrustə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van roesten?
Roesten is een werkwoord. De betekenis is: het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik roesten?
Zo vervoeg je roesten zo: de tegenwoordige tijd is roest, de verleden tijd is roestte en het voltooid deelwoord is geroest. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op roesten?

Op roesten rijmen 5 woorden, onder andere hoesten, verwoesten en boosten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op roesten, uitspraak ˈrustən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
hoesten 2
verwoesten 3
boosten 2
mangoesten 3
produceten 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord roesten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

roesten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

roesten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

roesten in het kort

roesten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van roesten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort roesten bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

roesten: het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
Deel roesten — standaardnederlands.nl