Naar de inhoud

verhitten

heet maken, verwarmen, warmen

verhitten

werkwoord vərˈhɪtə(n)

Betekenis

  1. heet maken, verwarmen, warmen
  2. aanwakkeren, opwinden, prikkelen

Hoe spreek je verhitten uit?

/vərˈhɪtən/

Verhitten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈhɪtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
h hoed
ɪ pit
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verhitten

verhittenhele werkwoord — verhitteverleden tijd enkelvoud — verhitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verhit verhitte
jij verhit verhitte
hij, zij, het verhit verhitte
wij verhitten —
jullie verhitten —
zij verhitten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verhit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verhit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verhit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verhit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verhit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verhit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verhit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verhit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verhit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verhitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verhitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhit gebiedende wijs
verhit verleden tijd, deelwoord
verhit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhitte verleden tijd
verhitte aanvoegende wijs
verhittend onvoltooid, deelwoord
waart verhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verhit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verhit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verhit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verhit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verhit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verhit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verhit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verhit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verhit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van hitte met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verhitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verhittend onvoltooid deelwoord verhitten
verhittende woordvorm verhitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhitten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verhitten

Hoe spreek je verhitten uit?
De uitspraak van verhitten is: /vərˈhɪtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verhitten?
Verhitten is een werkwoord. Het woord betekent: heet maken, verwarmen, warmen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verhitten?
Je vervoegt verhitten als volgt: de tegenwoordige tijd is verhit, de verleden tijd is verhitte en het voltooid deelwoord is verhit. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verhitten?

Op verhitten rijmen 11 woorden, onder andere bezitten, zitten en kitten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verhitten, uitspraak vərˈhɪtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bezitten 3
zitten 2
kitten 2
pitten 2
spitten 2
splitten 2
flitten 2
avondritten 4
permitten 3
perzikenpitten 5
pruimenpitten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verhitten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. I 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verhitten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. I 2
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verhitten in het kort

verhitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verhitten zijn 71 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verhitten bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verhitten: heet maken, verwarmen, warmen
Deel verhitten — standaardnederlands.nl