smeden
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het bewerken van metalen door deze heet te maken en met een hamer te slaan om het materiaal de gewenste vorm te geven
Vervoeging van smeden
smedenhele werkwoord — smeeddeverleden tijd enkelvoud — smeeddenverleden tijd meervoud — gesmeedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smeed | smeedde |
| jij | smeedt | smeedde |
| hij, zij, het | smeedt | smeedde |
| wij | smeden | smeedden |
| jullie | smeden | smeedden |
| zij | smeden | smeedden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gesmeed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesmeed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesmeed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesmeed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesmeed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesmeed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesmeed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesmeed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesmeed | verleden tijd, deelwoord |
| gesmeed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmeed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesmeed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesmeed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesmeed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesmeed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesmeed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesmeed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesmeed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmeed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smede | aanvoegende wijs |
| smedend | onvoltooid, deelwoord |
| smeed | gebiedende wijs |
| smeedde | verleden tijd |
| te hebben gesmeed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te smeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen smeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal smeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal smeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal smeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou smeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou smeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou smeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden smeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden smeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden smeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt smeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen smeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen smeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen smeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen smeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult smeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord smid
Herkomst
In de betekenis van ‘metaal bewerken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van smeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesmede | woordvorm | smeden |
| gesmeed | voltooid deelwoord | smeden |
| smede | aanvoegende wijs | smeden |
| smedend | onvoltooid deelwoord | smeden |
| smedende | woordvorm | smeden |
| smeed | gebiedende wijs | smeden |
| smeedde | verleden tijd | smeden |
| smeedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | smeden |
| smeedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | smeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smeden zijn vastgelegd.