neerslaan
werkwoord ˈnerslanBetekenis
- vanuit een homogene oplossing een vaste stof vormen die uitzakt
- met geweld onderdrukken
Hoe spreek je neerslaan uit?
/ˈnerslan/
Neerslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| e | veel |
| r | rood |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van neerslaan
neerslaanhele werkwoord — sloeg neerverleden tijd enkelvoud — sloegen neerverleden tijd meervoud — neergeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla neer | sloeg neer |
| jij | slaat neer | sloeg neer |
| hij, zij, het | slaat neer | sloeg neer |
| wij | slaan neer | sloegen neer |
| jullie | slaan neer | sloegen neer |
| zij | slaan neer | sloegen neer |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is neergeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was neergeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd neergeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt neergeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal neergeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal neergeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou neergeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou neergeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had neergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had neergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had neergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden neergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden neergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden neergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt neergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben neergeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| neer te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neer te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neer zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| neer zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neer zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| neer zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| neergeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| neergeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neergeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neergeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| neergeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| neergeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neergeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neergeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neersla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| neerslaand | onvoltooid, deelwoord |
| neerslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| neersloeg | bijzin, verleden tijd |
| neersloegen | bijzin, verleden tijd |
| sla neer | gebiedende wijs |
| sloeg neer | verleden tijd |
| te hebben neergeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen neerslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart neergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren neergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was neergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was neergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was neergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt neergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal neergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal neergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal neergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal neerslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt neergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou neergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou neerslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) neerslaan neer zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden neergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden neergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden neergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden neergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden neergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden neerslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt neergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt neerslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen neergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen neergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen neergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen neergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen neergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neerslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen neerslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult neergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van neer en slaan
Woordfamilie van neerslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neergeslagen | voltooid deelwoord | neerslaan |
| neersla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerslaan |
| neerslaand | onvoltooid deelwoord | neerslaan |
| neerslaande | woordvorm | neerslaan |
| neerslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerslaan |
| neersloeg | subordinate-clause, verleden tijd | neerslaan |
| neersloegen | subordinate-clause, verleden tijd | neerslaan |
| sla neer | gebiedende wijs | neerslaan |
| slaan neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | neerslaan |
| slaat neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | neerslaan |
| sloeg neer | verleden tijd | neerslaan |
| sloegen neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | neerslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerslaan zijn vastgelegd.