schuif
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxœyfBetekenis
- manier om een deur te vergrendelen met een plat voorwerp
Hoe spreek je schuif uit?
/sxœyf/
Schuif bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| œy | huis |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- uitschuifbare bak in een meubelstuk, lade
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuifje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuifjes | verkleinwoord, meervoud |
| schuiven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuiven
- gebiedende wijs van schuiven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuiven
Vervoeging van schuif
schuifhele werkwoord
Woordfamilie van schuif
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuifje | verkleinwoord | schuif |
| schuifjes | verkleinwoord meervoud | schuif |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuif zijn vastgelegd.