schuifregelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- regelinstrument met schuifknop
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuifregelaars | meervoud |
| schuifregelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuifregelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schuif ww en regelaar
Woordfamilie van schuifregelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuifregelaars | meervoud | schuifregelaar |
| schuifregelaartje | verkleinwoord | schuifregelaar |
| schuifregelaartjes | verkleinwoord meervoud | schuifregelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuifregelaar zijn vastgelegd.