Naar de inhoud

schuieren

met een enigszins ruw voorwerp een stoffen of leren voorwerp bewerken ter reiniging

schuieren

werkwoord

Betekenis

  1. met een enigszins ruw voorwerp een stoffen of leren voorwerp bewerken ter reiniging
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Vervoeging van schuieren

schuierenhele werkwoord — schuierdeverleden tijd enkelvoud — schuierdenverleden tijd meervoud — geschuierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuier schuierde
jij schuiert schuierde
hij, zij, het schuiert schuierde
wij schuieren schuierden
jullie schuieren schuierden
zij schuieren schuierden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschuierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschuierd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschuierd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschuierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschuierd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschuierd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschuierd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschuierd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschuierd verleden tijd, deelwoord
geschuierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschuierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschuierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschuierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschuierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschuierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschuierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschuierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschuierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschuierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschuierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschuierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schuier gebiedende wijs
schuierde verleden tijd
schuiere aanvoegende wijs
schuierend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschuierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schuieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schuieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschuierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschuierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schuieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schuieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schuieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschuierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schuieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schuieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schuieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschuierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschuierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschuierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schuieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schuieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schuieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschuierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schuieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschuierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschuierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschuierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schuieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schuieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schuieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schuieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschuierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schuieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van schuieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschuierd voltooid deelwoord schuieren
geschuierde woordvorm schuieren
schuierde verleden tijd schuieren
schuierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schuieren
schuiere aanvoegende wijs schuieren
schuierend onvoltooid deelwoord schuieren
schuierende woordvorm schuieren
schuiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schuieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schuieren

Wat is de betekenis van schuieren?
Schuieren is een werkwoord. De betekenis is: met een enigszins ruw voorwerp een stoffen of leren voorwerp bewerken ter reiniging. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schuieren?
Zo vervoeg je schuieren zo: de tegenwoordige tijd is schuier, de verleden tijd is schuierde en het voltooid deelwoord is geschuierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schuieren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schuieren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 2
  5. I 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schuieren in het kort

schuieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schuieren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schuieren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schuieren: met een enigszins ruw voorwerp een stoffen of leren voorwerp bewerken ter reiniging
Deel schuieren — standaardnederlands.nl