schuifdoos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- doos met een schuifdeksel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuifdoosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuifdoosjes | verkleinwoord, meervoud |
| schuifdozen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schuif en doos
Woordfamilie van schuifdoos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuifdoosje | verkleinwoord | schuifdoos |
| schuifdoosjes | verkleinwoord meervoud | schuifdoos |
| schuifdozen | meervoud | schuifdoos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuifdoos zijn vastgelegd.