schuiver
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iets of iemand dat of die schuift of waarmee men kan schuiven
- iemand die (opium) 'schuift' (een opiumschuiver)
- bal die vlak langs de grond schuift
- zijdelingse smak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuivers | meervoud |
| schuivertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuivertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schuiven met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van schuiver
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuivers | meervoud | schuiver |
| schuivertje | verkleinwoord | schuiver |
| schuivertjes | verkleinwoord meervoud | schuiver |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuiver zijn vastgelegd.