schuifdak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dak van een cabriolet dat door schuiven gesloten kan worden bij slecht weer
- dak van een gebouw dat opengeschoven kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuifdaken | meervoud |
| schuifdakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuifdakjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schuif ww en dak zn
Woordfamilie van schuifdak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuifdaken | meervoud | schuifdak |
| schuifdakje | verkleinwoord | schuifdak |
| schuifdakjes | verkleinwoord meervoud | schuifdak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuifdak zijn vastgelegd.