kluif
zelfstandig naamwoord, werkwoord klœyfBetekenis
- stuk been met vlees dat men er alleen afkrijgt door het af te kluiven
- iets dat veel werk en moeite kost (net zoals het afkluiven van voornoemde kluif)
Hoe spreek je kluif uit?
/klœyf/
Kluif bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| œy | huis |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een flinke/hele ~ iets dat veel werk en moeite kost (net zoals het afkluiven van voornoemde kluif) figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kluifje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kluifjes | verkleinwoord, meervoud |
| kluiven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kluiven
- gebiedende wijs van kluiven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kluiven
Vervoeging van kluif
kluifhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bot met vlees’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1710
Woordfamilie van kluif
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kluifje | verkleinwoord | kluif |
| kluifjes | verkleinwoord meervoud | kluif |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kluif zijn vastgelegd.