rest
zelfstandig naamwoord, werkwoord /rɛst/Betekenis
- wie of wat er overblijft
- rust
Hoe spreek je rest uit?
/rɛst/
Rest bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| resten | meervoud |
| restje | verkleinwoord, enkelvoud |
| restjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van resten
- gebiedende wijs van resten
Vervoeging van rest
resthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overschot’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1452
Woordfamilie van rest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| restje | verkleinwoord | rest |
| restjes | verkleinwoord meervoud | rest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rest zijn vastgelegd.