overblijfsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- datgene dat nog resteert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overblijfselen | meervoud |
| overblijfsels | meervoud |
| overblijfseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overblijfseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van overblijven met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van overblijfsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overblijfselen | meervoud | overblijfsel |
| overblijfsels | meervoud | overblijfsel |
| overblijfseltje | verkleinwoord | overblijfsel |
| overblijfseltjes | verkleinwoord meervoud | overblijfsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overblijfsel zijn vastgelegd.