nest
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord /nɛst/Betekenis
- de verblijfplaats van een dier
- vervelend, nuffig meisje
- zich nestelen
- nesten
Hoe spreek je nest uit?
/nɛst/
Nest bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — neuter
- de verblijf- en broedplaats van bepaalde diersoorten zoals vogels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nesten | meervoud |
| nestje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nestjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van nesten
- gebiedende wijs van nesten
Vervoeging van nest
nesthele werkwoord
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van nes
Herkomst
In de betekenis van ‘vogelbroedplaats’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van nest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nestje | verkleinwoord | nest |
| nestjes | verkleinwoord meervoud | nest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nest zijn vastgelegd.