huisarrest
zelfstandig naamwoord ˈhœysɑˌrɛstBetekenis
- een strafbepaling waarbij iemand verboden wordt het eigen huis te verlaten of er onbeperkt mensen te ontvangen
Hoe spreek je huisarrest uit?
/ˈhœysɑˌrɛst/
Huisarrest bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisarresten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis en arrest
Woordfamilie van huisarrest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisarresten | meervoud | huisarrest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisarrest zijn vastgelegd.