overschot
zelfstandig naamwoord /ˈo.vər.sxɔt/Betekenis
- wat er overblijft, de rest
Hoe spreek je overschot uit?
/ˈovərsxɔt/
Overschot bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een teveel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overschotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overschotjes | verkleinwoord, meervoud |
| overschotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van over en schot
Woordfamilie van overschot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overschotje | verkleinwoord | overschot |
| overschotjes | verkleinwoord meervoud | overschot |
| overschotten | meervoud | overschot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overschot zijn vastgelegd.