vogelnest
zelfstandig naamwoord ˈvoɣəlˌnɛstBetekenis
- bij gymnastiek dat men aan handen en voeten aan de ringen hangt met een holle rug en de buik naar beneden
- door vogels gemaakte plaats om eieren in te leggen
Hoe spreek je vogelnest uit?
/ˈvoxəlˌnɛst/
Vogelnest bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vogelnesten | meervoud |
| vogelnestje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vogelnestjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands vogelnest, op te vatten als samenstelling van vogel zn en nest zn
Woordfamilie van vogelnest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vogelnesten | meervoud | vogelnest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vogelnest zijn vastgelegd.