arrest
zelfstandig naamwoord ɑ'rɛstBetekenis
- een aanhouding, arrestatie, gevangenneming
- een uitspraak van een hogere rechter (in hoger beroep of in cassatie)
- arresteren
Hoe spreek je arrest uit?
/ɑˈrɛst/
Arrest bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arresten | meervoud |
| arrestje | verkleinwoord, enkelvoud |
| arrestjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hechtenis’ voor het eerst aangetroffen in 1308
Woordfamilie van arrest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arresten | meervoud | arrest |
| arrestje | verkleinwoord | arrest |
| arrestjes | verkleinwoord meervoud | arrest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arrest zijn vastgelegd.