rem
zelfstandig naamwoord, werkwoord rɛmBetekenis
- een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
- eenheid van ioniserende straling
- remmen
Hoe spreek je rem uit?
/rɛm/
Rem bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iets dat een ontwikkeling vertraagt figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| remmen | meervoud |
| remmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| remmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van remmen
- gebiedende wijs van remmen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van remmen
Vervoeging van rem
remhele werkwoord
Woordfamilie van rem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| remmetje | verkleinwoord | rem |
| remmetjes | verkleinwoord meervoud | rem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rem zijn vastgelegd.