remspoor
zelfstandig naamwoord /ˈrɛm.spor/Betekenis
- spoor dat door een rubberband op de weg achtergelaten wordt als er met geblokkeerde remmen geremd wordt
- achtergebleven ontlasting in ondergoed of op de toiletpot
Hoe spreek je remspoor uit?
/ˈrɛmspor/
Remspoor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| remspoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| remspoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| remsporen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van rem en spoor
Woordfamilie van remspoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| remspoortje | verkleinwoord | remspoor |
| remspoortjes | verkleinwoord meervoud | remspoor |
| remsporen | meervoud | remspoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van remspoor zijn vastgelegd.