brem
zelfstandig naamwoord brɛmBetekenis
- struikvormige plant met opvallende bremgeel|bremgele bloesem
Hoe spreek je brem uit?
/brɛm/
Brem bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Cytisus scoparius een struikvormende soort uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) met opvallende gele bloesem. De soort lijkt op de aanzienlijk zeldzamere gaspeldoorn, maar heeft geen doorns. De struik kan een hoogte van 2 m bereiken. De takken en twijgen zijn vijfkantig en niet behaard
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands brem / breme mogelijk van Oudnederlands bremo, als deel van plaatsnaam aangetroffen vanaf 1173, in de betekenis van ‘plant’ aangetroffen vanaf 1240