trommelrem
zelfstandig naamwoord ˈtrɔməlˌrɛmBetekenis
- een rem die door wrijving van halfcirkelvormige lichamen binnen een cilinder werkt
Hoe spreek je trommelrem uit?
/ˈtrɔməlˌrɛm/
Trommelrem bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ə | de |
| l | land |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- onderdeel van een wiel, waarin twee halfcirkelvormige lichamen van binnenuit tegen de wand van een cilinder rond de as worden gedrukt, zodat het wiel door de wrijving minder snel gaat draaien en tot stilstand kan worden gebracht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trommelremmen | meervoud |
| trommelremmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trommelremmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van trommel zn en rem zn , waarin "trommel" verwijst naar de schijfvormige cilinder die de rem omvat
Woordfamilie van trommelrem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trommelremmen | meervoud | trommelrem |
| trommelremmetje | verkleinwoord | trommelrem |
| trommelremmetjes | verkleinwoord meervoud | trommelrem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trommelrem zijn vastgelegd.