kabeltram
zelfstandig naamwoord ˈkabəlˌtrɛmBetekenis
- een tram die zich op rails voortbeweegt, voortgetrokken door een kabel onder het wegdek
Hoe spreek je kabeltram uit?
/ˈkabəlˌtrɛm/
Kabeltram bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- railvoertuig voor personenvervoer in stedelijk gebied, voortgetrokken door een touw van staal onder het wegdek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kabeltrammen | meervoud |
| kabeltrams | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kabel zn en tram zn
Woordfamilie van kabeltram
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kabeltrammen | meervoud | kabeltram |
| kabeltrams | meervoud | kabeltram |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kabeltram zijn vastgelegd.