hem
persoonlijk voornaamwoord, werkwoord hɛmBetekenis
- van de derde persoon enkelvoud: hem
- an de derde persoon enkelvoud: eraan, ervoor
- van de derde persoon meervoud: hun, hen, ze
- zich
Hoe spreek je hem uit?
/hɛm/
Hem bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| m | maan |
persoonlijk voornaamwoord — person
- accusatief derde persoon enkelvoud masculine
- datief derde persoon enkelvoud masculine
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hemmen
- gebiedende wijs van hemmen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hemmen
Vervoeging van hem
hemhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘buitendijks land’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1182