reisgezelschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groep mensen die samen een reis maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reisgezelschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reisgezelschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| reisgezelschappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van reis zn en gezelschap zn
Woordfamilie van reisgezelschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reisgezelschapje | verkleinwoord | reisgezelschap |
| reisgezelschapjes | verkleinwoord meervoud | reisgezelschap |
| reisgezelschappen | meervoud | reisgezelschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reisgezelschap zijn vastgelegd.