Naar de inhoud

raadplegen

een bron van informatie of ervaring aanspreken

raadplegen

werkwoord ˈratpleɣə(n)

Betekenis

  1. een bron van informatie of ervaring aanspreken

Hoe spreek je raadplegen uit?

/ˈratplexən/

Raadplegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈratplexən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
a maan
t tak
p pak
l land
e veel
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van raadplegen

raadplegenhele werkwoord — raadpleegdeverleden tijd enkelvoud — raadpleegdenverleden tijd meervoud — geraadpleegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raadpleeg raadpleegde
jij raadpleegt raadpleegde
hij, zij, het raadpleegt raadpleegde
wij raadplegen raadpleegden
jullie raadplegen raadpleegden
zij raadplegen raadpleegden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geraadpleegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geraadpleegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geraadpleegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geraadpleegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geraadpleegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geraadpleegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geraadpleegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geraadpleegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geraadpleegd verleden tijd, deelwoord
geraadpleegd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geraadpleegd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geraadpleegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geraadpleegd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geraadpleegd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geraadpleegd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geraadpleegd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geraadpleegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geraadpleegd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geraadpleegd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geraadpleegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geraadpleegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geraadpleegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geraadpleegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geraadpleegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geraadpleegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geraadpleegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geraadpleegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raadpleeg gebiedende wijs
raadpleegde verleden tijd
raadplege aanvoegende wijs
raadplegend onvoltooid, deelwoord
te hebben geraadpleegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te raadplegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen raadplegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geraadpleegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geraadpleegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geraadpleegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geraadpleegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geraadpleegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geraadpleegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geraadpleegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geraadpleegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geraadpleegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geraadpleegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geraadpleegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geraadpleegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geraadpleegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geraadpleegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geraadpleegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geraadpleegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geraadpleegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geraadpleegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geraadpleegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geraadpleegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geraadpleegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geraadpleegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geraadpleegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geraadpleegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geraadpleegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geraadpleegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geraadpleegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geraadpleegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geraadpleegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geraadpleegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geraadpleegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geraadpleegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geraadpleegd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geraadpleegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen raadplegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geraadpleegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geraadpleegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geraadpleegd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult raadplegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van raad en plegen

Woordfamilie van raadplegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geraadpleegd voltooid deelwoord raadplegen
raadpleeg gebiedende wijs raadplegen
raadpleegde verleden tijd raadplegen
raadpleegden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon raadplegen
raadpleegt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon raadplegen
raadplege aanvoegende wijs raadplegen
raadplegend onvoltooid deelwoord raadplegen
raadplegende woordvorm raadplegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raadplegen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over raadplegen

Hoe spreek ik raadplegen uit?
Zo spreek je raadplegen uit: /ˈratpleɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van raadplegen?
Raadplegen is een werkwoord. De betekenis is: een bron van informatie of ervaring aanspreken.
Hoe vervoeg ik raadplegen?
Zo vervoeg je raadplegen zo: de tegenwoordige tijd is raadpleeg, de verleden tijd is raadpleegde en het voltooid deelwoord is geraadpleegd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord raadplegen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. A 1
  4. D 2
  5. P 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

raadplegen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. A 1
  4. D 2
  5. P 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

raadplegen in het kort

raadplegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van raadplegen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort raadplegen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

raadplegen: een bron van informatie of ervaring aanspreken
Deel raadplegen — standaardnederlands.nl