raadsheer
zelfstandig naamwoord ˈratsherBetekenis
- iemand die advies geeft
- een adviseur of lid van een adviescollege van een vorst
- in Nederland: een rechter van het gerechtshof of de Hoge Raad; in België een rechter van het Hof van beroep of het Hof van Verbreking (cassatie)
- een schaakstuk dat alleen in diagonalen wordt verzet
- een duivenras
Hoe spreek je raadsheer uit?
/ˈratsher/
Raadsheer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| h | hoed |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raadsheertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| raadsheertjes | verkleinwoord, meervoud |
| raadsheren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van raad zn en heer zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van raadsheer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raadsheertje | verkleinwoord | raadsheer |
| raadsheertjes | verkleinwoord meervoud | raadsheer |
| raadsheren | meervoud | raadsheer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raadsheer zijn vastgelegd.