raamwerk
zelfstandig naamwoord ˈramwɛrᵊkBetekenis
- een omlijsting om werkstukken van slappe materialen (textiel) ter bewerking op te spannen
- een lichte, open maar stevige constructie van buizen of balken waar onderdelen aan vastgezet kunnen worden, die in een stabiele onderlinge positie moeten blijven
- een in een muur verankerde constructie van balken waarin de ramen en deuren zijn gemonteerd
- een structuur die nog moet worden ingevuld, maar waarvan de begrenzing van het geheel, en het onderlinge verband van onderdelen, reeds is vastgesteld
Hoe spreek je raamwerk uit?
/ˈramwɛrək/
Raamwerk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| m | maan |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raamwerken | meervoud |
| raamwerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| raamwerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van raam en werk
Woordfamilie van raamwerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raamwerken | meervoud | raamwerk |
| raamwerkje | verkleinwoord | raamwerk |
| raamwerkjes | verkleinwoord meervoud | raamwerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raamwerk zijn vastgelegd.