raam
zelfstandig naamwoord, werkwoord ramBetekenis
- een kader, een rechthoekige constructie rond een afbeelding
Hoe spreek je raam uit?
/ram/
Raam bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een opening in de wand of muur van een gebouw om licht door te laten, vaak gevuld met een ruit doorzichtig materiaal zoals glas
- de basisstructuur van een akkoord of wet waarin slechts de begrenzing van het geheel, en het onderlinge verband van onderdelen, is vastgesteld figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raampje | verkleinwoord, enkelvoud |
| raampjes | verkleinwoord, meervoud |
| ramen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ramen
- gebiedende wijs van ramen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ramen
Vervoeging van raam
raamhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘lijst(werk), omlijsting’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277.
Woordfamilie van raam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raampje | verkleinwoord | raam |
| raampjes | verkleinwoord meervoud | raam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raam zijn vastgelegd.