chassis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- raamwerk, omlijsting, kader
- onderstel van een (motor)voertuig van meer dan twee wielen met assen, wielen (en motor)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chassisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| chassisjes | verkleinwoord, meervoud |
| chassistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| chassistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘raamwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1898
Woordfamilie van chassis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chassisje | verkleinwoord | chassis |
| chassisjes | verkleinwoord meervoud | chassis |
| chassistje | verkleinwoord | chassis |
| chassistjes | verkleinwoord meervoud | chassis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chassis zijn vastgelegd.