amalgaam
zelfstandig naamwoord /amɑl'ɣaːm/Betekenis
- legering van kwikzilver en een ander metaal, bijvoorbeeld zilver, vroeger veel gebruikt voor vullingen van kiezen
- mengelmoes
Hoe spreek je amalgaam uit?
/amɑlˈxam/
Amalgaam bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| l | land |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| amalgamen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kwiklegering’ voor het eerst aangetroffen in 1636.
Woordfamilie van amalgaam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amalgamen | meervoud | amalgaam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amalgaam zijn vastgelegd.