raamdorpel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dorpel van een raam, een gevelonderdeel dat voorkomt dat regenwater direct op of in de onderliggende gevel loopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raamdorpels | meervoud |
| raamdorpeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| raamdorpeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van raam en dorpel
Woordfamilie van raamdorpel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raamdorpels | meervoud | raamdorpel |
| raamdorpeltje | verkleinwoord | raamdorpel |
| raamdorpeltjes | verkleinwoord meervoud | raamdorpel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raamdorpel zijn vastgelegd.