raamhor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gaas dat men voor een open raam kan zetten zodat insecten buiten blijven; anti-insectengaas
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raamhorren | meervoud |
| raamhorretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| raamhorretjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van raam zn en hor zn
Woordfamilie van raamhor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raamhorren | meervoud | raamhor |
| raamhorretje | verkleinwoord | raamhor |
| raamhorretjes | verkleinwoord meervoud | raamhor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raamhor zijn vastgelegd.