Naar de inhoud

logeren

(iemand) in huis opnemen, herbergen

logeren

werkwoord

Betekenis

  1. (iemand) in huis opnemen, herbergen
  2. (bij iemand) blijven slapen

werkwoord

  1. in huis opnemen, herbergen transitive
  2. blijven slapen unergative

Vervoeging van logeren

logerenhele werkwoord — logeerdeverleden tijd enkelvoud — logeerdenverleden tijd meervoud — gelogeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik logeer logeerde
jij logeert logeerde
hij, zij, het logeert logeerde
wij logeren logeerden
jullie logeren logeerden
zij logeren logeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gelogeerd verleden tijd, deelwoord
gelogeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelogeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelogeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelogeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelogeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelogeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelogeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelogeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelogeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelogeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelogeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelogeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelogeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelogeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelogeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelogeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelogeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
logeer gebiedende wijs
logeerde verleden tijd
logere aanvoegende wijs
logerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gelogeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te logeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen logeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelogeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelogeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelogeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal logeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal logeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal logeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gelogeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelogeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelogeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou logeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou logeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou logeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelogeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelogeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelogeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden logeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden logeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden logeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelogeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt logeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelogeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelogeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelogeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen logeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen logeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen logeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen logeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelogeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult logeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘als gast zijn intrek nemen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van logeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelogeerd voltooid deelwoord logeren
gelogeerde woordvorm logeren
logeer gebiedende wijs logeren
logeerde verleden tijd logeren
logeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon logeren
logeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon logeren
logere aanvoegende wijs logeren
logerend onvoltooid deelwoord logeren
logerende woordvorm logeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van logeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over logeren

Wat betekent logeren?
Logeren is een werkwoord. Het woord betekent: (iemand) in huis opnemen, herbergen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je logeren?
Je vervoegt logeren als volgt: de tegenwoordige tijd is logeer, de verleden tijd is logeerde en het voltooid deelwoord is gelogeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord logeren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

logeren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

logeren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

logeren in het kort

logeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van logeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort logeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

logeren: (iemand) in huis opnemen, herbergen
Deel logeren — standaardnederlands.nl