optica
zelfstandig naamwoord ˈɔptiˌkaBetekenis
- het deelgebied van de natuurkunde dat het gedrag van licht beschrijft
Hoe spreek je optica uit?
/ˈɔptiˌka/
Optica bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| t | tak |
| i | riet |
| k | kat |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| optica's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘deel van de natuurkunde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566
Woordfamilie van optica
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| optica's | meervoud | optica |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van optica zijn vastgelegd.