dispersie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de verstrooiing, het uiteenwaaieren
- ontleding van licht in verschillende kleuren, kleurschifting
- fijne verdeling van een stof in een andere
- verspreide bewoning
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kleurschifting’ voor het eerst aangetroffen in 1900