optisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot het licht
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| optische | verbogen, stellende trap |
| optischer | onverbogen, vergrotende trap |
| optischere | verbogen, vergrotende trap |
| optischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘m.b.t. het zien’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van optisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| optische | verbogen vorm | optisch |
| optischer | vergrotende trap | optisch |
| optischere | verbogen vergrotende trap | optisch |
| optischers | partitieve vergrotende trap | optisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van optisch zijn vastgelegd.