brandpunt
zelfstandig naamwoord 'brɑntpʏntBetekenis
- het reële punt waar evenwijdig aan de optische as invallende (licht)stralen (of andere elektromagnetische stralen) na breking door een bolle lens dan wel reflectie door een holle spiegel samenkomen
- het virtuele punt waarin evenwijdig aan de optische as invallende lichtstralen na breking dan wel reflectie hun oorsprong lijken te hebben na breking door een holle lens dan wel reflectie door een bolle spiegel
- begin van de voerstralen in een kegelsnede (cirkel, ellips, hyperbool, parabool)
- punt waarin iets samenkomt of ontstaat
- iets dat in de aandacht staat
Hoe spreek je brandpunt uit?
/ˈbrɑntpʏnt/
Brandpunt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| p | pak |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandpunten | meervoud |
| brandpuntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandpuntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van brand ww en punt
Woordfamilie van brandpunt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandpunten | meervoud | brandpunt |
| brandpuntje | verkleinwoord | brandpunt |
| brandpuntjes | verkleinwoord meervoud | brandpunt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandpunt zijn vastgelegd.