Naar de inhoud

reinigen

zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen

reinigen

werkwoord

Betekenis

  1. zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen

werkwoord

  1. zich vrijmaken van alle zaken die moreel verkeerd zijn figuratively

Vervoeging van reinigen

reinigenhele werkwoord — reinigdeverleden tijd enkelvoud — reinigdenverleden tijd meervoud — gereinigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reinig reinigde
jij reinigt reinigde
hij, zij, het reinigt reinigde
wij reinigen reinigden
jullie reinigen reinigden
zij reinigen reinigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gereinigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gereinigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gereinigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gereinigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gereinigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gereinigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gereinigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gereinigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereinigd verleden tijd, deelwoord
gereinigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereinigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereinigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereinigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereinigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereinigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereinigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereinigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereinigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereinigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gereinigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gereinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gereinigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gereinigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gereinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gereinigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gereinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereinigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reinig gebiedende wijs
reinigde verleden tijd
reinige aanvoegende wijs
reinigend onvoltooid, deelwoord
te hebben gereinigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reinigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reinigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gereinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereinigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gereinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereinigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gereinigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gereinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gereinigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gereinigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gereinigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gereinigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gereinigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gereinigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gereinigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gereinigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gereinigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gereinigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gereinigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gereinigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gereinigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gereinigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gereinigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereinigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gereinigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gereinigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereinigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal reinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gereinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gereinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereinigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereinigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereinigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gereinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereinigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereinigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereinigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gereinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereinigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gereinigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereinigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereinigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gereinigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereinigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereinigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen reinigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen reinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen reinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen reinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gereinigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gereinigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gereinigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult reinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘schoonmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1437

Woordfamilie van reinigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereinigd voltooid deelwoord reinigen
gereinigde woordvorm reinigen
reinigde verleden tijd reinigen
reinigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reinigen
reinigend onvoltooid deelwoord reinigen
reinigende woordvorm reinigen
reinigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reinigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reinigen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over reinigen

Wat is de betekenis van reinigen?
Reinigen is een werkwoord. De betekenis is: zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik reinigen?
Zo vervoeg je reinigen zo: de tegenwoordige tijd is reinig, de verleden tijd is reinigde en het voltooid deelwoord is gereinigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reinigen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. I 1
  4. N 1
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reinigen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. I 2
  4. N 1
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

reinigen in het kort

reinigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van reinigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort reinigen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

reinigen: zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen
Deel reinigen — standaardnederlands.nl