lijnen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlɛinə(n)Betekenis
- een dieet volgen om een mooier figuur te krijgen
Hoe spreek je lijnen uit?
/ˈlɛinən/
Lijnen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van lijnen
lijnenhele werkwoord — lijndeverleden tijd enkelvoud — lijndenverleden tijd meervoud — gelijndvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lijn | lijnde |
| jij | lijnt | lijnde |
| hij, zij, het | lijnt | lijnde |
| wij | lijnen | lijnden |
| jullie | lijnen | lijnden |
| zij | lijnen | lijnden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gelijnd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelijnd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelijnd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelijnd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelijnd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelijnd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelijnd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelijnd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelijnd | verleden tijd, deelwoord |
| gelijnd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijnd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lijn | gebiedende wijs |
| lijnde | verleden tijd |
| lijne | aanvoegende wijs |
| lijnend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lijnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lijn
Herkomst
In de betekenis van ‘vermageren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976
Woordfamilie van lijnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lijnde | verleden tijd | lijnen |
| lijnden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lijnen |
| lijne | aanvoegende wijs | lijnen |
| lijnend | onvoltooid deelwoord | lijnen |
| lijnende | woordvorm | lijnen |
| lijnt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lijnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lijnen zijn vastgelegd.